Leiders, mannen en vrouwen en de ontwikkeling van het beeld van de leider
Als ik je vraag om een leider te beschrijven, aan wie denk jij dan? Napoleon, Churchill (mijn grote favoriet), Trump of misschien Angela Merkel? We hebben nallemaal beelden voor ogen als we het over leiders hebben. Waar komen die vandaan?
Het beeld van leiders is al heel vroeg ontstaan. In verhalen en mythen afkomstig uit de oudheid zijn leiders vaak de ‘lonely heroes’: strijders die zich in dienst stellen van de nobele zaak. Deze heroïsche beelden van leiderschap geven een eenrichtingsverkeer aan: de leider wijst de weg en de anderen volgen. Heel lang heeft leiderschap zich bewogen rondom de militaire commando. Macht, en onmacht staan centraal. Met de komst van de hegemonie van de Grieken zie je dat er ook andere dingen belangrijk worden voor een leider. Sommige Griekse filosofen evalueerden leiderschap vanuit het perspectief van wijsheid en deugd.
Pas vrij recent in tijd zie je dat onze beelden over leiders wat evolueren. In de ‘Great man theory’ die in de 19e eeuw is ontwikkeld, is de leider als zodanig iemand die leiderschap met de geboorte meekreeg. Volgens deze theorie worden leiders geboren om te leiden. Voorbeelden hiervan vormen Napoleon, Alexander de Grote etc. In de overgang van de 19e naar de 20ste eeuw komt een nieuwe theorie op; de ‘Trait approach of leadership’. Daarin staat centraal dat dat een leider bepaalde eigenschappen moet hebben, zoals energie, integriteit, kwaliteiten, expertise, intelligentie en vertrouwen. De theorie wordt beschouwd als een doorontwikkeling van de Great man theory. Ook in deze theorie wordt ervan uitgegaan dat iemand als leider wordt geboren.
Zoals gezegd is het idee dat leiderschap veel te maken heeft met macht en het gebruik van macht. Het gaat hierbij om de hoeveelheid macht die noodzakelijk is om als leider te functioneren en de manieren waarop die macht wordt ingezet om onderschikten te beïnvloeden en te overtuigen. Er is niet echt goed te zeggen wanneer deze theorie precies in zwang kwam, maar hij is heel overtuigend en komt ook steeds weer terug. Kijk maar naar de leiders van vandaag zoals Trump, en Poetin.
In de naoorlogse tijden tot in de jaren ‘80 van de vorige eeuw ontstond een veelheid aan nieuwe leiderschapstheorieën. Met het ontstaan van grote multinationals met hun duizenden medewerkers verandert de insteek van theorieën. Oude theorieën hadden simpelweg geen antwoord op eisen die aan leiders en leiderschap in grote organisaties worden gesteld. Er kwamen gedragstheorieën op die initieel gericht zijn op het gedrag van de leider die zijn ‘taak’ moet uitvoeren, terwijl deze tegelijkertijd oog moet hebben voor groepscohesie en de individuen die deel uitmaken van de groep waaraan leiding wordt gegeven.
Na 1980 komt situationeel leidinggeven in zwang. Met het in ogenschouw nemen van de situatie en de omgeving waarin leiding wordt gegeven komen leiderschap en de individuele leider wat meer van elkaar af te staan. Leiderschap wordt meer een functie, een proces, waarmee een organisatie van doen heeft om haar doelstellingen te bereiken. Een leider moet zich aanpassen aan de situatie waarin deze zich bevindt in het kader van het leidinggeven. Succesvol leiderschap gaat afhangen van factoren zoals persoonlijkheid, gedrag, invloed en de situationele omgeving. Leiderschap wordt wat meer fluïde en veranderlijk.
Nieuwe leiderschapstheorieën die in zwang zijn gekomen gaan uit van een meer inclusieve en vlakkere groepsstructuur in organisaties. Deze moderne theorieën keren het traditionele paradigma van verticaal leiderschap om naar een minder hiërarchische vorm met dynamisch leiderschap, waarbij leiders uitwisselbaar zijn als de situatie daarom vraagt. Voorbeelden van deze moderne theorieën zijn de transformationele leiderschapstheorie. Daarbij helpen leiders en volgers elkaar. Nog zo’n theorie is die van het authentiek leiderschap, waarbij de focus ligt op de authenticiteit van degene die de touwtjes in handen heeft en de theorie van het dienende leiderschap, waarin de nadruk ligt op het zorgen voor de medewerkers.
Maar steeds weer is het machtsaspect iets wat zich laat gelden. Vooral in tijden van grote onzekerheid en angst willen mensen graag een leider die de weg lijkt te kennen en richting kan geven. De vraag is of die leider daartoe in staat is of dat dit schijn is. In een komende blog over wat er in de wetenschap wordt geconcludeerd over goed en effetief leiderschap ga ik daar nader op in. Verder ga ik laten zien hoe die leiderschapsbeelden te koppelen zijn aan zogenaamde mannelijke en vrouwelijke aspecten.

